07 oktober 2022

Energiecrisis zaait verdeeldheid en stelt internationale solidariteit op de proef

Het is alweer een dik jaar geleden dat gasprijzen begonnen te stijgen, nota bene midden in de zomer. Rusland bood geen gas meer aan op de spotmarkt, maar het duurde toch nog een tijd voordat de nieuwe realiteit van almaar afnemende Russische gasexport tot het grote publiek doordrong. Het weggevallen aanbod werd goedgemaakt door meer LNG naar Europa te halen. Daar hing wel een fors prijskaartje aan want met prijzen rond 100 EUR/MWh, was LNG ruim vijf keer zo duur als de TTF-prijzen in de afgelopen jaren. De capaciteit om LNG te importeren is door gebrek aan ontvangstterminals en opslagfaciliteiten echter kleiner dan de gebruikelijke import aan Russisch gas. Dat werd pijnlijk duidelijk toen Rusland de gasaanvoer via Nord Stream vergaand beperkte.

Aan het begin van de zomer 22 steeg de gasprijs structureel tot rond 200 EUR/MWh, een niveau ruim boven wat er nodig is om nog meer LNG naar Europa te halen. Dat de prijs zo ver door kon stijgen was dus een duidelijke indicatie dat LNG-import aan zijn taks zit en niet volstand om de balans te herstellen. Bij die prijs zijn geheid ook alle overige mogelijkheden, zoals meer aanvoer van pijpleidinggas uit bijvoorbeeld Noorwegen en hogere eigen gasproductie in zoverre fysiek en/of politiek haalbaar, volledig benut. Ergo, er resteert in wezen nog slechts één middel om de balans tussen vraag en aanbod te herstellen: verlaging van de vraag.

Vraagvermindering is essentieel

Deels kan de benodigde vraagverlaging worden geleverd door kolen- en kerncentrales meer ruimte te geven, raffinaderijen op olieproducten ipv gas te laten draaien en waar mogelijk en energetisch op elektriciteit over te stappen. Ook import van energie-intensieve bulkproducten zoals kunstmest en aluminium in plaats van productie in Europa vermindert de vraag naar gas.  Die maatregelen zijn echter onvoldoende en bovendien zorgt een hoger elektriciteitsverbruik ook voor problemen, omdat elektriciteit voor een belangrijk deel met gas wordt opgewekt. Derhalve zijn extra besparingsmaatregelen nodig, maar die zijn snel bijzonder pijnlijk als ze via een extreem hoge energieprijs worden afgedwongen. Regeringen trekken daarom de beurs om de pijn te verzachten, maar houden zodoende wel vraag in stand. Duitsland trekt zo’n 200 miljard euro uit voor ondersteuning van energieverbruikers. In Nederland gaat het, omgerekend naar de bevolkingsomvang, om min of meer hetzelfde bedrag. Dat geldt ook voor het Verenigd Koninkrijk, al gaat het daar om een maatregelenpakket voor twee jaar.

De forse steun in rijke landen is extra pijnlijk voor landen die niet over voldoende financiële middelen beschikken om de bevolking vergaand uit de wind te houden. Dat speelt overigens niet alleen tussen landen in Europa onderling, maar ook, of juist vooral, tussen het rijke Westen en armere landen. Zo zag Pakistan tenders om 72 LNG-ladingen aan te kopen compleet mislukken. Geen enkele leverancier had zelfs maar de moeite genomen om een aanbieding te doen.

Exportrestricties ten faveure van eigen bevolking

Dichter bij huis dreigen landen export te blokkeren in het geval van tekorten. Vooralsnog is het ’slechts’ een van de hoogspanningsbeheerders die stelt dat Duitsland in het ultieme geval export beperkt, maar de teerling is geworpen. Eerder dit jaar was het de Britse regering die meldde dat in een extreem geval, gas export naar Nederland en België gestaakt zou kunnen worden. Weliswaar is het Vereniging Koninkrijk geen lid van de Europese Unie, maar tekenend is het gemak waarmee regeringen de lasten van internationale handel afwijzen, terwijl ze voor hun ‘system adequacy’ wel rekenen op de lusten. De Engelse netbeheerder National Grid, die als gastransporteur export wil beperken, gaat er in de nieuwe elektriciteit ‘winter outlook’ wel vanuit dat Engeland deze winter elektriciteit kan importeren op momenten dat dat nodig is om aan de vraag te voldoen. Enkele uren zonder stroom wordt echter niet uitgesloten. Zuinig zijn met energie is daarom essentieel maar desondanks weigert de Britse regering om ideologisch redenen mensen op te roepen om energie te besparen.

Gelukkig is er ook goed nieuws. Qua internationale solidariteit geeft het Witte Huis een goed voorbeeld. Net nu de olieprijzen weer aan het dalen waren, steekt OPEC+ een stok in het wiel door forse productiebeperking af te spreken. Voor president Biden is de timing van het besluit heel ongelukkig want stijgende energieprijzen vlak voor de belangrijke tussentijdse verkiezen kan slecht uitpakken voor de Democraten. Desondanks verzekert de president dat Amerika de export van gas  naar Europa niet zal beperken. Ook Frankrijk doet een duit in het goede nieuws zakje. Zoals gezegd is de vraagvermindering het enige wat nog rest om de balans te herstellen.

Besparen wordt beloond

Vraagvermindering kan goed- of kwaadschiks. Kwaadschiks als energie voor bepaalde gebruikers domweg onbetaalbaar wordt, goedschiks als energieverbruik in de categorieën vermijdbaar/onnodig/luxe als eerste wordt beperkt.  Precies daar gaat Frankrijk met een ambitieus ‘incentive’ gebaseerd energiebesparingsprogramma werk van maken. Eveneens in de categorie goedschiks valt het innovatieve product Demand Flexibility Service dat het Engelse National Grid op 1 november introduceert. Hierbij worden gebruikers beloond als ze hun verbruik beperken op momenten met piekvraag. National Grid verwacht daar meer dan 2 GW mee te kunnen vrijspelen (op een piek hoogspanningstransport van pakweg 46 GW). Echter, nog voor het zover is schakelen verbruikers installaties al uit. Wie bijvoorbeeld naar de sauna wil bij de bekende keten Bannatyne Health Club and Spa komt voortaan van een koude kermis thuis.

Marktprijzen

OPEC+ heeft besloten om met ingang van de volgende maand het productieplafond met 2 miljoen vaten per dag te verlagen. Dit om de prijsdaling te stoppen zodat deze rond 90 USD/bbl komt te liggen. De olieprijs begon echter al in aanloop naar de vergadering te stijgen en ligt inmiddels met zo’n 94 USD/bbl voor brent  ( 6 oktober), beduidend hoger dan het nieuwe prijsdoel. Of de nieuwe afspraak daadwerkelijk tot veel lagere productie leidt valt overigens nog te bezien, want het is onzeker of de leden er in zijn geslaagd de vorige afspraken tot verhogen van de productie te realiseren. De forse beperking is daarom vooral veelzeggend voor de veranderingen in internationale verhoudingen en met name de verhouding tussen Amerika en de Verenigde Staten. Voor president Biden is de prijsverhoging namelijk slecht nieuws, zo vlak voor de belangrijke tussentijdse verkiezingen in november. 

Kolenprijzen toonden in september voornamelijk dalingen. Vooral prijzen voor leveringen op korte termijn gingen fors omlaag. Begin september lagen die prijzen nog rond 380 USD/ton terwijl begin oktober ‘slechts’ zo’n 280 USD/ton hoeft te worden afgetikt. Ook levering jaar 2023 werd goedkoper, maar minder spectaculair, van zo’n 330 USD/ton begin september naar 270 USD/ton begin oktober.

Prijzen voor CO2-emissierechten staan zwaar onder druk. Een van de kansrijke maatregelen om in Europa de kosten van energieverbruik te beperken is het zogenaamde frontloading van emissierechten. Daarbij worden rechten die eigenlijk pas over een jaar of vijf op de markt zouden komen, nu al geveild. Daarmee wordt het aanbod verruimd en dus dalen de prijzen, exact zoals wordt beoogd. De prijzen daalden van 80 EUR/ton eind augustus naar zo’n 67 EUR/ton begin oktober.

In lijn met de kolenprijzen daalden ook de elektriciteitsprijzen, vooral dus de leveringen op kortere termijn. De daling van het product basislast levering 2023 was beperkt, van zo’n 400 EUR/MWh begin september naar een kleine 390 EUR/MWh begin oktober.

Gasprijzen daalden vooral begin september om vervolgens te schommelen rond de 180 tot 200 EUR/MWh. Leveringen in de jaren na 2023 zijn beduidend goedkoper dan levering 2023, maar historisch gezien nog steeds erg duur.


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….