03 juni 2022

Levensduurverlenging Belgische kerncentrales hangt (weer) aan een zijden draad

In 2003 besloot de Belgische federale regering dat kerncentrales dicht moeten als ze 40 jaar oud zijn. Daarmee zou België tussen 2015 en 2025 alle zeven reactoren sluiten. Er volgden talloze discussies over wel of niet sluiten. In 2003 was namelijk afgesproken dat de leveringszekerheid niet in gevaar mocht komen door de kernuitstap. Dat gevaar werd bezworen met subsidie voor nieuwe gascentrales, maar daarmee was de discussie niet van tafel. De klimaatcrisis doet zich steeds sterker voelen, waardoor de weerstand toenam tegen het vervangen van nagenoeg CO2-vrije kernenergie door fossiele brandstof. Het afgelopen half jaar bonkte ook de gascrisis op de ‘bevoorradingszekerheid’-deur, die in 2003 op een kier was blijven staan.

In maart dit jaar kondigde de Belgische regering daarom aan om de twee jongste kernreactoren (Doel 4 en Tihange 3) toe te staan 10 jaar extra in bedrijf te blijven. Wie dacht dat daarmee alles in kannen en kruiken zou zijn, komt bedrogen uit. Levensduurverlening kost namelijk veel geld en uitbater Engie stelt niet van plan te zijn die kosten volledig zelf voor haar rekening te nemen.

Levensduurverlening bij de huidige zeer hoge elektriciteitsprijzen lijkt aantrekkelijk, maar wat als die prijzen weer dalen? Engie vraagt de regering daarom mee te investeren in de verlenging en ook bij te dragen aan de kosten van de berging van het extra nucleaire afval. In ruil biedt Engie de regering aan om mede-exploitant te worden. Diverse politieke partijen reageren verbolgen op de eisen die de regering voor een forse uitdaging plaatsen.

 

Mijlpaal voor internationalisering van regelvermogen

De afgelopen jaren heeft de onbalansmarkt voor elektriciteit forse ontwikkelingen in de richting van internationalisering doorgemaakt. Na 20 jaar trouwe dienst zijn de oer-Nederlandse namen van producten als primaire reserve, regel-, reserve- en noodvermogen vervangen door afkortingen van Engelse aanduidingen: FRC, aFRR, mFRRsa en mFRRda en dragen de aanbrengers van deze producten de naam Balancing Service Provider (BSP). Daarbij blijft het niet. Ook de productdefinities worden stapsgewijs zo goed mogelijk afgestemd op het internationale kader. Dat lukt niet altijd of is niet zo zinvol en dan gaat er een streep door het product, zoals het voormalige reservevermogen.  Dat product kende slechts een energiecomponent, terwijl in het Europese kader juist de nadruk wordt gelegd op element beschikbare capaciteit. Ook sloot de manier van communiceren over reservevermogen slecht aan bij het Europese systeem.

Bij het opzetten van dat Europese systeem is deze maand een mijlpaal bereikt met het go-live van PICASSO:  Platform for the International Coordination of Automatic Frequency Restoration Reserves and Stable System Operation.

Het Picasso-platform is de start van Europa-breed koppelen van de markten voor aFRR (voorheen dus regelvermogen geheten). De Tsjechische TSO CEPS is als eerste (en komende weken nog even als enige) gekoppeld. Binnenkort volgen Duitsland en Oostenrijk. TenneT en overige partijen die bij de Nederlandse markt voor regelvermogen betrokken zijn, lijken daarentegen last te hebben van de wet van de remmende voorsprong. Formeel mikt TenneT op deelname per juli 2024, maar mogelijk heeft TenneT nog een jaar extra nodig.

 

Naar een Europees kader voor vraag response

De eenwording van de Europese elektriciteitsmarkt beperkt zich niet tot de onbalansmarkt. Acer, het agentschap voor samenwerking van de nationale toezichthouders, heeft ook een regelgevend kader voor vraag response ter consultatie gepubliceerd. Met dat kader beoogt Acer onder andere om barrières voor het toepassen van vraag response weg te nemen. Zo wordt bijvoorbeeld aangestuurd op werken met standaard toestellen waarvoor vrijstelling geldt in de kwalificatie- en testprocedures.

Acer maakt zich in het concept ook hard voor het bieden van ruimte aan ‘onafhankelijke aggregators’. Dat zijn partijen die flexibiliteit aan de netbeheerders kunnen aanbieden (=BSP) die zij bij afnemers contracteren, al dan niet in afstemming met de leverancier en/of diens balans verantwoordelijke partij (BRP, voorheen programma verantwoordelijke partij geheten).

Overigens is het nog niet goed duidelijk hoe dat in de praktijk zal werken. Aggregators zijn onafhankelijke BSP’s die niet de rol van BRP vervullen op de allocatiepunten van de technische installaties die door de BSP worden aangestuurd. TenneT’s handboek voor aFRR meldt daarover dat TenneT weliswaar de onbalansallocatie van de BRP aanpast aan energie die door de BSP wordt gekocht of verkocht, maar dat de verantwoordelijkheid voor de afstemming met de BRP op het bordje van de portfoliodeelnemers ligt.

 

Marktprijzen

Met de nodige schommelingen steeg de olieprijs gedurende de maand mei aanzienlijk. De mogelijkheid van een blokkade voor Russische olie door de EU speelde daarbij een belangrijke rol. Begin juni werd duidelijk dat het geen volledige blokkade betreft en tevens gaat Opec+ onder druk van afnemers de olieproductie komende zomer wat opvoeren. Daarop daalde de prijs totdat de publicatie van de lager dan verwachte Amerikaanse olievoorraad de prijs weer een duw in de rug gaf. Begin juni lag de prijs met pakweg 117 USD/bbl voor brent aanmerkelijk hoger dan de 105 USD/bbl begin mei.

In april nam het grote gat tussen prijzen voor levering steenkool op korte termijn en levering jaar vooruit sterk af. Begin mei werd die kloof echter weer fors opgerekt, omdat levering maand vooruit naar 320 USD/ton en later zelfs naar 340 USD/ton steeg, terwijl jaar vooruit min of meer rond de 240 USD/ton bleef hangen. Begin juni is die zogeheten backwardation nog bijzonder sterk, met prijzen voor levering in juni rond 323 USD/ton, levering in juli 302 USD/ton en elke maand later is 7 tot 10 USD/ton goedkoper dan levering in de voorgaande maand.

Bij de forse prijsschommelingen van de energieproducten kan de prijs voor CO2-emissierechten niet achterblijven. Ook daar begin mei een stijging van 82 EUR/ton naar bijna 92 EUR/ton, daling naar 78 EUR/ton en begin juni weer een stijging naar 86 EUR/ton.

De elektriciteitsmarkt lijkt steeds vaker een markt van alles of niets. Of de spotmarkt is afhankelijk van elektriciteit opgewekt met duur gas of steenkool en de prijzen voor elektriciteit derhalve torenhoog, of de markt zit (te) ruim in de stroom uit zonneparken en windturbines, met urenlang negatieve prijzen als gevolg.  Daarentegen is de termijnmarkt opvallend stabiel met prijzen schommelend tussen 180 en 200 EUR/MWh voor levering basislast in 2023. Begin juni zocht de markt de bovenkant van die bandbreedte op met prijzen rond 195 EUR/MWh

De aardgasmarkt wankelt nog steeds tussen hoop en vrees. De Nederlandse groothandelaar GasTerra moet het deze zomer doen zonder 2 miljard m3 Russisch gas, maar stelt daarop te zijn voorbereid. Prijseffecten zijn vooral afhankelijk van het totale aanbod voor het grotere Europa en dat lijkt grotendeels overeind te blijven. Wel maken de overheden werk van het vullen van de gasopslagen, wat de vraag en dus ook de prijs doet toenemen. De Nederlandse overheid trekt zelfs de beurs om er voor te zorgen dat de grote opslag Bergermeer per 1 november minimaal voor 68% is gevuld.

Halverwege de maand mei tikten de korte termijn prijzen bijna 110 EUR/MWh aan, maar begin juni overheerste geruststelling en daalden korte termijn prijzen naar pakweg 85 EUR/MWh. De afgelopen weken is de trend voor leveringen op de langere termijn echter opwaarts.

 


Deel dit


Dit vind je misschien ook interessant….